|
Ambialet
Ambialet le bas:
Gelegen aan de voet van het klooster was Ambialet tot aan de Revolutie de
zetel van het burggraafschap. Twee ponten zorgden voor de verbinding van de
twee oevers in de richting van Valence en Courris. Vlakbij de
waterkrachtcentrale staat het torengebouw waar stroomopwaarts de kabel van
de pont aan werd vastgemaakt. De pont was tot 1900 in bedrijf.
|
 |
Begeeft u zich in de richting van het klooster door de straat links van
het Café de la Presqu’île te nemen. Een aangrenzend steegje (aan de
rechterkant) zal u kort nadien leiden naar de kerk Saint-Gilles (XlVe
eeuw). Gedeeltelijk gebouwd in de rotsen, loodrecht boven de rivier,
vindt zij haar oorsprong in de Xle eeuw toen een zekere Hugon een gift
deed; "tienden en bijbehorend land" , aan het klooster van de
benedictijnen, waarvan de monniken religieuze diensten hielden tot aan
de Kruistocht tegen de Inwoners van Albi. Dit sierlijke gebouw, dat een
mooi gewelf met spitsbogen heeft met grote platte stenen, werd door de
Protestanten in brand gestoken tijdens de Godsdienstoorlogen (1568).
In
het begin van de XVIIe eeuw herbouwd, konden er diensten gevierd
worden tot in 1853, toen zij definitief werd verlaten. Sinds 1996
volledig hersteld en plaats van verschillende manifestaties en
tentoonstellingen.
|
Vervolgens gaat u terug naar de hoofdstraat waar u, net ná de betonnen trap,
een zeer mooi stenen kruis van de XVe eeuw kunt bewonderen. Het onderste
deel van dit kruis is helaas is verdwenen en vervangen door een sokkel,
eveneens in steen, maar die lijkt helemaal niet op het originele werk.
Verder op het schilderachtige pad van dezelfde leisteen, ter hoogte van één
van de eerste kruizen die deze weg flankeren, kunt u rechtsaf gaan naar het
kruis van St Jean.
Heel veel indelingen (hokjes, inkepingen, trappen, nauwe steegjes... ) zijn
nog volledig zichtbaar op deze plaats. Zij getuigen van de aanwezigheid van
een middeleeuwse habitat, van mijnen die dicht bij lagen die verwoest werden
bij de Godsdienstoorlogen. Een half dozijn kleine forten liggen nog op de
bergkam van het klooster van het kasteel. Zij hebben hun naam aan de rotsen
te danken waar op zij werden gebouwd: het fort van de Koning, het fort van
Roquetaillade, van Capelle, van Montcabrière en Payrolles. De vierkante
omloop die u boven de kerk van Saint-Gilles zult opmerken, behoorde
waarschijnlijk bij het fort van Saint-Jean, waar zij als klokkentoren dienst
deed.
Na het kruis zult u van een schitterend uitzicht over de landengte, de hoge
delen van Ambialet en met name de ruïnes van het kasteel van Trencavel
kunnen genieten. Terugkerend naar het pad van het klooster aan het einde
waarvan u "een Phylurea Media" (soort aardbeiboom)zult ontdekken, algemeen
bekend als "Aladem", en die volgens de legende geplant is in “Heilige
Aarde” door een kruisvaarder. In werkelijkheid is dit soort struik vrij
algemeen in de regio, maar hij is normaal gesproken veel kleiner.
|
De
Notre-Dame kerk van het klooster is één van de oudste van het
departement. In 1057 gaf Frotaire, bisschop van Nîmes het schiereiland
Ambialet met zijn kapel met de oude funderingen en diverse andere
goederen en diensten, waaronder de parochiale kerk van Saint Gilles, aan
de benedictijner abdij van Saint-Victor de Marseille in bruikleen. De
monniken die zich er vestigden begonnen meteen met de bouw van een
nieuwe kerk ter vervanging van het primitieve oratorium uit de VIIIe
eeuw en een klein klooster. Na twee eeuwen van welvaart, waarin deze
benedictijner abdij eigenaar werd van een belangrijk deel van het dal ,
kende zij een zeer sterke achteruitgang met name vergroot door de
verstoting van de familie van de burggraaf.
|
 |
|

|
In
het midden van de XVe eeuw viel het klooster onder de autoriteit van het
kapittel van Montpellier. Tijdens de religieuze conflicten werd de kerk
herhaaldelijk in een fort veranderd teneinde zich tegen de aanvallen van
de Protestanten te verdedigen en om te dienen als schuilplaats voor de
plaatselijke bevolking. De Revolutie maakte van dit klooster dat toen in
erbarmelijke staat was, een gemeentelijk bezit. In 1865 kocht Vader
Clausade de ruïnes van het klooster en installeerde er een noviciaat van
een orde van franciscaner monniken. De restauratie begon op dat moment
met name door de sloop van de delen die niet in stijl waren, de
verwijdering van de pleisterkalk die op de binnenmuren was aangebracht
en het aanbrengen van bepaalde "min of meer onhandige” verfraaiingen,
om haar middeleeuwse karakter te accentueren. |
|

|
Dit gebouw is een van de betere voorbeelden van de eerste Romaanse kunst
van het gebied. Het wordt gekenmerkt door zijn smalle zijbeuken, zijn
drie gewelfde, halfkoepelige koornissen, alsmede door functionele en
harmonische soberheid van de versieringen met middeleeuwse sierletters
van het koor. Het is trouwens dit deel dat het oudst en het minst
veranderd is. Oorspronkelijk overkoepelde een houten gebint het
middenschip, maar dit werd aan het begin van de Xlle eeuw versterkt
door gewelfribben en de aanzet van een tongewelf. In ieder geval biedt
het interieur van de ingang van het koor twee halfzuilen versierd met
primitieve, oppervlakkige krullen en een kordonlijst die de uitgang van
het koor markeert. Het Romaanse portaal waarvan de kroonboog aan twee
kanten gedragen wordt door twee zuilen en gebeeldhouwde dekplaten werd
in de Xlle eeuw verwezenlijkt en markeert de voltooiing van het
monument. De verbazingwekkende spanwijdte wordt verklaard door de dikte
van de pijlers die de klokkentoren ondersteunen, niet op de kruising
van het middenschip zoals dat gewoonlijk werd gedaan, maar boven het
voorportaal.
|
|
 |
Het inboedel van de kerk bestaat uit een curieus Romaans wierookvat,
waarvan het deksel de vorm van een kerk heeft, een monstrans in verguld
brons van de Xllle , XlVe eeuw en tenslotte een beeld van veelkleurig
hout van de Maagd Maria, de "Notre-Dame van l’Oder" genoemd , een
eenvoudig werk uit de XVIlle eeuw.
In juli 1991
hebben de franciscanen plaats gemaakt voor
de Congregatie van Saint Jean
die voortaan het klooster bewonen.
|
|
Gaat u nu terug naar het parkeerterrein, waar u een blik kunt werpen op
de over de Tarn aangelegde weg. Wanneer u door de poort van Lalmière
bent gekomen, die het dorp tegen het wassende water beschermt, zult u,
als u zich omdraait, aan de rechterkant de zuidelijke voorgevel van de
kerk van Saint Gilles opmerken, die met name opvalt door een mooi
gotisch venster. De eerste dijk werd in 1291 door de monniken van het
klooster gebouwd, die tegelijkertijd een molen op de plaats van de
huidige elektriciteitscentrale bouwden.
Passeer vervolgens dit sobere gebouw met de allure van een groot
landhuis, dat gebouwd is in 1920 |

|
|
door de metaalverwerkende fabriek van Saut-du-Tarn om het van
elektriciteit te voorzien. Vervolgens gaat u door de tunnel om de weg
naar Villeneuve Trébas te nemen. Dit werk dat in de rotsachtige bergkam
werd uitgevoerd aan het einde van afgelopen eeuw, begint bij
Ambialet-le-haut en meer precies bij Théron dat na afloop van de
Revolutie, na slechts een ondergeschikt belang gekend te hebben, het
administratieve centrum van het dorp werd. Een muur die van het kasteel
van Trencavel naar beneden gaat tot de rivier omsloot vroeger dit deel
van de stad. De bescherming door drie poorten; de poort van Théron, van
Diluyre en van la Taillade, gaf nauwelijks weerstand aan de
verschillende aanvallen van, met name, die van de Hugenoten bij de
Godsdienstoorlogen.
|

|
|
 |
Een trap naar rechts leidt u naar de voet van de parochiale kerk, waar
aan de linkerkant een prachtig kruis bij de begraafplaats staat.
Alhoewel gedateerd 1759-1760 (op de sokkel) is het een beeldhouwwerk van
de XVe eeuw met een beeltenis van Christus aan het kruis en de maagd
Maria met het Kind. De kerk Notre-Dame de la Capelle werd in de XVe eeuw
gebouwd en werd toen gebruikt als toevluchtsoord. Na de
Godsdienstoorlogen werd ze gebruikt voor religieuze diensten van de
parochie. |
|
De
rotsen die "La Capelle", het Monument van de doden en de vesting van
Castalla domineren, vormen een aaneenschakeling van kleine platforms
waarop het fort van Roquetaillade werd gebouwd. Talrijke overblijfselen
(trappen, platforms, banken, greppels, funderingen van hutten) getuigen
daar van een middeleeuwse bewoning die zich over de hele kam van het
kasteel tot aan de kerk uitstrekt.
|
 |
Gaat u
weer terug naar de weg van Albi (aan de kant van de brug) door de trap naar
beneden te nemen gelegen op de andere helling van het rotsachtige spoor.
Vervolg deze weg en ongeveer 200 m na het servicestation neemt u aan de
linkerkant het kleine pad dat u tot aan “Castella” en het uitkijkpunt van
Saint-Raphaël zal leiden. Om weer even op adem te komen, kunt u het beste
maar eerst gaan genieten van het panorama. De beklimming is vrij steil en u
zou het gevaar lopen geen zin meer te hebben om aan de beklimming te
beginnen als u eerst de etappe naar “Castella” zou doen.
Na
Saint-Raphaël zult u van een werkelijk uitzonderlijk uitzicht over het
gehele schiereiland van Ambialet, en in het bijzonder van het klooster, de
resten van het kasteel en het dorp genieten.
Vervolgens gaat u terug naar de ruïnes van het kasteel van de burggraaf .
Het fort, waarvan de oorsprong tot de Xe eeuw teruggaat, past precies bij de
contouren van de rotsen. Men gaat er door de oude versterkte deur waarvan
slechts de zijmuren overgebleven zijn, sporen van sponningen evenals
inkepingen waarvan men de oorsprong niet kent. Het hoofdgebouw bestond uit
slechts één verdieping waaronder zich de stallen en de stalling van karren
bevonden. De hoogste verdieping, die men met een trap bereikte die uit
dezelfde de rots werd gekapt, omvatte verschillende zalen die, bij gebrek
aan comfort, vrij ruim moesten zijn. Een andere trap leidt via een smalle
overhangende rots naar een vierkante vestingtoren. De vrij kleine
afmetingen doen denken aan een wachttoren, waarschijnlijk vroeger voorzien
van een alarmklok. Om de verdediging verder aan te vullen werd het kasteel
van de rest van de omgeving door een diepe sloot geïsoleerd. Helaas kreeg
dit “castella” niet de aandacht die het verdiende, zodat het beetje bij
beetje in het ritme van de seizoenen en de winden langzamerhand instortte. U
kunt vervolgens het centrum van het dorp terugvinden door de weg te nemen
waarover u op de heenweg bent gekomen.
|
De
ondergrondse gang van Oubièges:
 |
U
zult het kunnen ontdekken tijdens één van de wandelingen die in de
omgeving van Ambialet wordt aangegeven. Toevallig ontdekt in 1959, gaat
het om een interessante ondergrondse gang van een vijftiental meters
diep, waarvan de oorsprong waarschijnlijk middeleeuws is. Er zijn twee
ingangen die ongeveer 25 m uit elkaar liggen. Bij de noordelijke ingang
is een uitgraving van een meter van breed en 4 meter lang. Aan elke kant
van de passage is er een schuine inkeping ongeveer 1 meter boven de
grond. Daarna komt er een soort ontluchtingsgat van ongeveer 80 cm dat
uitkomt op de enige zaal in de ondergrondse gang. Achterin de zaal ziet
men aan de linkerkant een galerij die doet denken aan een soort
wachtpost. |
 |