|
KERKEN
Kathedraal
Sainte-Cécile
Toen bisschop Bernard
de Castenet in het jaar 1277 naar Albi kwam, woedde de inquisitie met
bijzondere gruwelijkheid in de Languedoc, een van de welvarendste streken
van Europa. Hij was zelf leider van de inquisitie in het zuiden van
Frankrijk en tevens plaatsvervangend grootinquisiteur voor het hele land. Op
de dag van zijn aankomst in de zwaar geteisterde stad besloot hij met zijn
kapittel tot de bouw van een nieuwe Kathedraal Sante Cecilia , die later de
kathedraal van de haat genoemd zou worden. Het gebouw van rode baksteen. dat
als een kasteel boven de stad uitrijst, was van het begin af aan als
vestingkerk opgezet en was lange tijd het toneel van bloedige twisten.
Hallenkerk Geheel in de traditie van de Zuidfranse hallenkerk vormen het
langschip en het koor een eenheid. De verdedigingsgedachte die de
architectuur beheerste, en het logge materiaal stonden een speelse
vormenrijkdom aan de buitenkant van de kathedraal niet toe. Des te
verrassender is de binnenkant: die is bijna overal met 15de-eeuwse fresco's
bedekt, waarvan de ongehoorde virtuositeit reeds duidelijk
renaissancistische trekjes vertoont.
Twee eeuwen bouw
Na de grondsteenlegging op 15 augustus 1282 werd er vaart achter de bouw
gezet, want de ketterse katharen zaaiden steeds meer onrust onder het volk.
Veel van de dominicanen, wier taak het uitvoeren van de inquisitie was,
werden vermoord en de bisschop zelf werd op een dag geconfronteerd met de
haat van een razende volksmassa. Rond 1340 was het oostelijke deel van de
nieuwe kerk gereed en afgesloten met een gewelf, in 1365 werd een aanvang
gemaakt met de bouw van de toren. Door de chaos van de Honderdjarige Oorlog
werden de werkzaamheden aanzienlijk vertraagd. Pas tegen het einde van de
14de eeuw werden de gewelven van het schip afgesloten. Ook in de 15de eeuw
heerste grote onrust. Verschillende malen werd de kathedraal belegerd en
geplunderd. Pas na de plechtige inwijding in april 1480 werd de bouw weer
voortgezet en kon de toren voltooid worden.
Interieur
De ruimte wordt onderverdeeld in koorbanken en een oksaal of koorhek,
afscheiding tussen koor en middenschip, van overweldigende schoonheid. Dit
steenhouwwerk is zo teer en verfijnd dat het associaties oproept met een
kantwerkje; wie wil nog geloven dat hier steen bewerkt is? In 1863 werd
zelfs het oordeel van een chemicus ingewonnen; zijn rapport moest een
definitief einde aan de twijfel maken. Een even prachtige schepping is het
zogenaamde baldakijn voor de ingang aan de zuidzijde, waarvan de rijkdom aan
vormen op aantrekkelijke wijze contrasteert met het vestingkarakter van het
schip.
César Daly
In de 19de eeuw werd onder leiding van César Daly begonnen met ingrijpende
restauratiewerkzaamheden. Een poging om het werk door een toevoeging van
kleine torentjes aan het koor te voltooien, werd na Dalys dood weer
teruggedraaid. De torentjes werden verwijderd, zodat het tegenwoordige
uiterlijk van de kathedraal in wezen overeenkomt met de oorspronkelijke
bedoeling.
kathedraal
Notre Dame
De eerste steen van de huidige kathedraal werd in 1277 door de bisschop
Raymond van Calmont gelegd. De honderjarige oorlog, vervolgens
de epidemieën en met name de zwarte pest van 1348 alsmede
verschillende twisten binnen het bisdom veroorzaakten een lange onderbreking van dit
monumentale bouwwerk. Aan het einde van de XIVde eeuw, werd een zuiver
gefortificeerde klokketoren gebouwd, bekroond met een spits van hout. Tegen
de XVde eeuw, werden de bouwwerkzaamheden fraaier met de voltooiing van het
middenschip en zijn gewelf, waarna de bouw van de dwarsbeuk en
de eerste traveeën hervat werden.

 |